Ruim een maand geleden raakte spits Bas Huisman zwaar geblesseerd, een dag voor het duel met zijn oude club Vitesse en slechts enkele dagen na zijn eerste goal in dienst van Almere City FC. Sindsdien zit de spits in de volle revalidatiemodus. Maar hoe gaat het nu, ruim een maand later, met de lange spits?
“Met mij gaat het goed, ik sta er heel positief in”, vertelt Huisman. “Als ik er te veel mee ga zitten, ga ik me alleen maar slechter voelen. Dat is al helemaal niet goed voor je herstel.” Het is pas een maand geleden dat het gebeurde en inmiddels is hij geopereerd, maar hij merkt dat het elke dag beter gaat. “Elke dag voelt iets beter. Bij elke oefening merk ik dat ik mijn voet weer iets meer kan bewegen, dus het gaat de goede kant op.”
De eerste dagen en weken waren het zwaarst voor de boomlange spits. Hij kon eigenlijk niets, vertelt hij. “Ik kon geen eten maken. Als ik iets wilde pakken dat twee meter verderop lag, moesten mijn ouders mij helpen”, legt hij uit. “Dat vond ik heel moeilijk, vooral omdat ik graag alles zelf doe.” Dat de blessure precies een dag voor de wedstrijd tegen zijn oude ploeg ontstond, maakte het voor Huisman extra pijnlijk. “De timing van een blessure is altijd slecht, maar op dat moment was het natuurlijk extra zuur. Je wilt het liefst tegen je oude ploeg spelen.”
Tijdens de wedstrijd tegen Vitesse werd er nadrukkelijk aan hem gedacht. Voorafgaand aan de aftrap liepen beide teams het veld op met een speciaal shirt, iets wat hij totaal niet had verwacht. “Het werd goed geheimgehouden. Ik zag het eigenlijk voor het eerst op tv”, vertelt hij. “Op de dag dat ik de blessure opliep hoefde ik niet te huilen, maar dit was wel een moment waarop ik een traantje moest laten.”
Huisman heeft een duidelijk doel voor ogen: Zo snel mogelijk revalideren en fit zijn voor de uitwedstrijd tegen Vitesse. “Mij is verteld dat het vijf maanden duurt voordat ik weer een wedstrijd kan spelen”, legt hij uit. “Dat komt precies uit op de uitwedstrijd tegen Vitesse. Dat is voor mij een ultiem doel. Ik hoop dat ik dan fit genoeg ben. En zo niet, heb ik al aan de trainer gevraagd of ik dan op de bank kan zitten.”




